“Dit is de eerste keer dat ik buiten Finland ben,” bekent Anne Leskinen bijna verontschuldigend. Als buitenlandse studente loopt ze sinds begin september via Hogeschool Windesheim drie maanden stage in kleinschalig wonen De Meenthehof in Steenwijk.

Met haar 29 jaar is ze voor een studente al best op leeftijd. Maar dat heeft een reden. “In Finland is het moeilijk om aangenomen te worden op de universiteit of hogeschool. Ik werd pas na drie jaar ingeloot en zit nu in mijn tweede jaar van de opleiding ziekenhuisverpleegkundige aan de Seinäjoki University of applied sciences,” vertelt Anne. Met een Nederlandse stage gaat voor haar een droom in vervulling. “Al in mijn tienertijd wilde ik al voor school naar het buitenland. Maar in Duitsland en Frankrijk wilden ze dat ik ook hun taal sprak. Hier kan ik Engels praten. En weet je, zelfs de bewoners proberen het nu een beetje.” Ze lacht. En Anne geniet van ons land. “ Nederland is mooi maar ik moest wel even wennen. Ik woon bij een gastgezin in Scheerwolde en moet elke dag twintig kilometer fietsen. De wind is hier heel sterk. En de regen is warmer dan in Finland. Daar is de regen echt ijskoud.” Ze gaat straks op zoek naar een fijne winterjas. Nu heeft ze alleen een ultrawarm pooljack mee. Gelukkig heeft Steenwijk alles te bieden. Anne: “De steden zijn hier zo ontzettend mooi. In Finland zijn de huizen vaak van hout of grijs beton. De rode stenen vind ik prachtig. Steenwijk is bovendien een grote plaats. Ik ben dorpen van 400 inwoners gewend.” Er schuifelt een man voorbij die zijn vrouw in een rolstoel naar haar kamer brengt. “We zijn heel blij met haar,’ zegt hij ongevraagd. “Schrijft u dat maar op.” Anne moet er van blozen.

Welzijnsassistent
Nu ze een maandje meedraait ziet Anne grote verschillen met de vorige stage in haar vaderland. “De locaties voelen in Nederland veel meer als een woning. In mijn land oogt alles toch vaak als een hospitaalomgeving. En bewoners komen er slechter binnen dan hier en liggen vaak de hele dag op bed. Hier lopen bewoners nog gewoon door de gang als ze het kunnen.” Anne stipt ook de lange wachttijden van soms wel twee jaar aan, eer mensen in een verpleeghuis kunnen worden opgenomen. Verder kijkt ze ook haar ogen uit bij de innovatieve hulpmiddelen die in De Meenthehof gebruikt worden. Zoals de aan- en uittrekhulp van steunkousen of de tilliften. Het meest opvallende verschijnsel vindt de Finse studente toch wel de welzijnsassistent. “In Finland hebben we geen tijd om met de mensen iets extra’s te doen. Alleen ‘s ochtends tijdens het wassen is er even een momentje om met de bewoners te praten. In Nederland heb je meer tijd voor de bewoners en zijn er mensen die speciaal komen om met je koffie te drinken of een spelletje te doen. Dat vind ik echt heel mooi.”

Engels
Veel dank is Anne verschuldigd aan haar collega’s die op de werkvloer plots moeten overschakelen op het Engels. “De dagrapportage en de bewonersdossiers kan ik niet lezen. Dat is allemaal in het Nederlands. Maar ze helpen me er graag mee terwijl ik zie dat het ze best uitput,” aldus Anne. Al haar belevenissen neemt ze begin december weer mee naar Finland. Om er een scriptie van te schrijven. Tot die tijd blijven de collega’s haar elke dag weer opnieuw aan de bewoners voorstellen met: ‘Dit is Anne. Ze komt uit Finland en komt hier werken. Ze spreekt alleen maar Engels.’” Waarop de bewoners haar dan steevast weer met ‘ooh’s’en ‘aaah’s’ ontvangen. Nee, Anne zal Nederland niet gauw vergeten.